BirdHome
BirdTalk Afdrukken E-mail
dinsdag, 27 april 2010

Drie armlastige studenten en een lastige rekensom
Op Texel kom ik bij de pas ontdekte brilzee-eend in gesprek met drie vogelende eerstejaars studenten van de universiteit van Wageningen. Ik vertel enthousiast over het fenomeen vogelfotografie. Zelfs zo enthousiast dat ze hardop verzuchten graag een camera te willen aanschaffen, maar dat een camera voor de huidige student te duur is...

 

Dan schiet me opeens iets te binnen. Een dag geleden was ik bij Kamera Express en daar werd een tweedehands Canon 40D aangeboden voor €300. Ik bied aan de camera voor hen gezamenlijk aan te schaffen en de camera volgende week aan hen te overhandigen als ik toch een beeldpresentatie verzorg in Wageningen. Om beurten kunnen ze dan fotograferen met die ene camera.

Ze kijken elkaar weifelend aan, terwijl de brilzee-eend langzaam van ons af drijft. Uiteindelijk vinden ze het een goed idee en geven mij vol vertrouwen ieder €100, dus totaal €300. Weer thuis in Rotterdam fiets ik de volgende dag naar Kamera Express en zie tot mijn verbazing dat de prijs van de 40D is gezakt naar €250!

De week erop overhandig ik zoals afgesproken aan de drie fotografen in spé hun camera en vertel erbij dat de prijs is gedaald naar €250. Blij met hun aanwinst en de gedaalde prijs spreken we af dat ik ieder €10 teruggeef en zelf €20 houd voor de moeite. Dus al met al betaalt elke student €90 en verdwijnen er €20 in mijn zak.

Thuisgekomen reken ik het nog eens rustig na en vraag me af of het wel is goed gegaan. Drie keer €90 is €270 euro en er zit €20 in mijn zak. Waar is dan die laatste €10 gebleven om tot €300 te komen?

Wellicht ben ik meer fotograaf dan dat ik boekhouder ben…

 

 

© 2010 Chris van Rijswijk

Reageren op deze BirdTalk? Mail me!

===================================================================================

 

 

De laatste der Mohikanen
De haan riep hier zoiets als ’het komt niet meer goed met vogelend Nederland’! Ik verstond het niet helemaal en meende dat hij de penibele situatie van de korhoenders bedoelde.

Later die dag scoorde ik tegen wil en dank een nieuwe soort (sib taling). Niet dat het bezoeken van de eend mijn idee was, maar mijn maat wilde hem filmen. ‘Omdat we toch in de buurt zijn’, zo overtuigde hij mij.

Bij het zien van de wegrennende beauty (het was een schoonheid, dat geef ik dan wel weer toe), dacht ik nog even terug aan die roepende korhaan. Had die laatste der Mohikanen mij wellicht willen waarschuwen voor het te serieus nemen van al die escapes?

 

 

© 2010 Chris van Rijswijk 

Image

Reageren op deze BirdTalk? Mail me!

===================================================================================

 

 

Waterral, wat vraag je me?
Deze waterral zegt zonder in- of aanleiding tegen me: ‘Je mag me één vraag stellen’. Ik denk even na wat een goede vraag zou kunnen zijn en vraag dan: ‘Waarom maken jullie waterrallen van die rare geluiden? Soms klinkt het als een varken dat geslacht wordt’.

Hij kijkt me doordringend aan en zegt: ‘Denk je dat het een pretje is om altijd in dat modderige riet rond te banjeren, dan ga je vanzelf rare geluiden maken’. Tja, zo had ik het nog niet bekeken. ‘Maar waarom ga je dan niet ergens anders wonen?’ vraag ik hem aanvullend. ‘Dat zeg ik niet, één vraag is één vraag’ antwoordt de ral bits.

‘Oh sorry, ik wist niet dat je kwaad zou worden’, zeg ik beteuterd, ‘dan mag jij mij ook maar één vraag stellen’. Zegt hij: ‘Kun je morgen niet wat anders voor me meenemen dan die melige meelwormen? Die komen me inmiddels mijn strot uit…’

 

 

© 2010 Chris van Rijswijk 

Image

Reageren op deze BirdTalk? Mail me!

===================================================================================

 

Steenuil in de sneeuw
Regelmatig zie ik prachtige natuurfoto’s. Maar soms zijn foto’s te mooi. Te gemaakt. Dan denk ik bij zo’n foto: klopt dit wel? Recent is een prijswinnende foto van een wolf die over een hek springt ontmaskerd als een foto die in scène is gezet.

Dat ik een zwak heb voor uilen is bekend. Dat ik een zwak heb voor uilen in de sneeuw is wellicht minder bekend. Stel je eens een rustende sneeuwuil voor in een idyllisch besneeuwd landschap. Of een jagende laplanduil boven een sneeuwvlakte met een helder ochtendzonnetje. Prachtig!

Toen er de laatste dagen van december zoveel sneeuw was gevallen kon ik het niet laten te proberen een Nederlandse uil in de sneeuw te fotograferen. Dat viel niet mee. Een plaatstrouwe oehoe was opeens verdwenen en een roestplaats voor ransuilen bleek verrassend genoeg ook leeg. Een paartje velduilen dat ik weet te wonen, kwam pas te voorschijn toen het al veel te schemerig was om een fatsoenlijke foto te maken. Daar gingen mijn ‘uil in de sneeuw’ kansen.

 

Image

 

Tegenover mijn liefde voor uilen in de sneeuw staat mijn afkeer voor kou. Ik ben een echte koukleum. Toch moest ik de kou in om uiteindelijk mijn doel te bereiken. Ik heb de dag volgend op mijn mislukte uilentrip de gehele dag in een boomgaard in mijn schuiltentje gezeten om een lokale steenuil in de sneeuw te fotograferen.

Om de kou te verdragen begin ik met een allesbehalve pikant setje thermo-ondergoed. Daaroverheen draag ik een spijkerbroek, een hele dikke wollen trui en natuurlijk een winterjas. Als accessoires voeg ik hier een Noordse muts, twee paar handschoenen en een sjaal aan toe. Een dubbelpaar sokken en een paar goed gevoerde laarzen maken het geheel compleet. Een thermosfles met warme chocolademelk moet het lichaam van binnenuit verwarmen. Het dilemma blijft echter of je wel iets moet drinken: het koud hebben is vervelend, maar moeten plassen terwijl je het koud hebt is nog veel vervelender.

Ik zat die dag een uur in mijn schuiltent en er gebeurde nog helemaal niets. Wel kwamen er een paar schapen kijken die mijn schuiltent wel interessant vonden. Na nog een uur begon ik het al flink koud te krijgen en ja, ik moest inmiddels plassen. Ik wilde me niet laten kennen en ik wilde zo graag een uil in de sneeuw fotograferen.

Na nog een uur wachten gebeurde het. De steenuil kwam uit zijn holletje en ging even op het paaltje zitten waarop ik had gehoopt dat hij ging zitten. Snel maakte ik een paar foto’s. Dat was maar goed ook, want al snel vloog hij weg, ving een muis en dook weer in zijn holletje. Ik wachtte nog een uur en daarna nog één maar de uil kwam niet meer terug. Inmiddels stijf geworden van de kou en met een blaas op springen besloot ik naar huis te gaan.

Na een bezoek aan de eerste de beste boom, spullen inpakken en met de kachel op standje tien reed ik naar huis. Een warme douche maakte me weer een beetje mens. Daarna bekeek ik de resultaten van achter mijn computer. Een steenuil in de sneeuw, hier heb ik altijd al van gedroomd!

 

Image

 

Maar klopt bovenstaand verhaal en klopt deze foto wel? Is wat je ziet wel wat je denkt dat je ziet? Nee, dat is het beslist niet! Het enige dat klopt is de foto van de boomgaard in de sneeuw. Die heb ik gemaakt vanuit mijn warme auto: raampje op een kiertje en click! De foto van de steenuil is gemaakt op een mooie dag in juni. Zittend in mijn schuiltentje in mijn korte broek. Deze tamme ‘boerderij’-steenuil kan wel tegen een geintje. Zijn vaste paaltje hebben we tijdelijk vervangen voor een paaltje met spuitsneeuw en als achtergrond kozen we een mooi laken. Zo maakte ik al maanden geleden deze ‘sneeuw’foto.

Eigenlijk wilde ik deze foto plaatsen zonder bekentenis, maar dat geeft mij geen voldoening. Dus doe ik het maar met bekentenis. In het boek ‘The Chosen’ van Chaim Potok las ik de volgende toepasselijke tip: ‘Van alles wat je ziet moet je maar de helft geloven…’

 

 

© 2010 Chris van Rijswijk 

Image

Reageren op deze BirdTalk? Mail me!

===================================================================================

 

Brief aan Sinterklaas
Beste Sinterklaas, allereerst wil ik U vragen of U veilig en wel bent aangekomen in het o zo zonnige Hispanje? U zult wel vermoeid zijn van Uw trip naar den Lagen Landen. U bent natuurlijk ook al een jaartje ouder. Hier is het nu koud en winters.

U wil ik hartelijk danken voor Uw cadeau dat ik trof in mijn schoeisel en van U mocht ontvangen. Blijkbaar heeft U geen last van de economische crisis waar wij Hollanders door menen te zijn getroffen.

Uw cadeau heeft mij wel enigszins verbaasd. Want, Sinterklaas, U had toch kunnen weten dat ik al een 500mm-lens hanteer en dat ik nooit de moeite neem om vluchtopnames te maken? Daarom vroeg ik me af, Sinterklaas, waarom U juist mij een 300mm-lens heeft geschonken? Begrijp mij niet verkeerd, ik wil niet ondankbaar overkomen, maar is dit cadeau wel passend voor mij?

Nochtans ben ik zeer in mijn nopjes met Uw cadeau. En Sinterklaas, ik wil U beloven dat ik komend jaar flink aan de slag zal gaan en de door U geschonken 300mm-lens veelvuldig zal gebruiken. Ik maak op mijn website een aparte ‘page’ aan waar ik de resultaten van mijn vluchtopnames zal plaatsen. U bent natuurlijk niet handig met het o zo vlugge internet, maar de pieten zullen U zeker willen helpen U zo af en toe mijn website te laten zien.

Kunnen wij afspreken dat als U, als goedheilig man, volgend jaar bij leven en welzijn bij Uw komst tevreden bent over mijn vorderingen ik de lens zal mogen behouden en als U ontevreden bent Sinterklaas, dat U dan de lens weer mee terugneemt en hem aan een andere birdshooter schenkt?

En dan nog wat Sinterklaas, ik had me voorgenomen geen vliegende escapes te fotograferen, maar ik moet U bekennen dat ik de eerste nijlgans al heb geplaat…


Met vriendelijke groet,




Chris van Rijswijk, the birdshooter

Ps1. De groeten aan de pieten en aan Uw schimmel
Ps2. Ik zie U graag, meer dan die schreeuwerige kerstman, die meer en meer oprukt

 

 

© 2009 Chris van Rijswijk 

Reageren op deze BirdTalk? Mail me!

===================================================================================

 

 

Een handicap
Laatst gaf ik een beeldpresentatie in Den Haag. Tussen de gezellige toeschouwers, vooral zestig plussers, trof ik Henk. Zijn handicap is zijn slecht functionerende oren, maar dat hinderde hem niet om uit te groeien tot een topfotograaf. Ik vind zijn foto’s briljant en zijn manier van fotograferen is voor mij een inspiratiebron. Ik kan me veel van zijn foto’s herinneren die werden afgebeeld in Dutch Birding, in Vogeljaar, op de kalender van Vogeljaar en noem maar op.

Dutch Birding heeft in 2007 een alleraardigst boekje uitgegeven met de titel ‘BIRDERS aan de andere kant van de kijker’. Een boekje vol met informatie over vogelaars. Wat is er leuker dan te snuffelen in privé-informatie van vogelaars? Eigenlijk is dit boekje een soort papieren Hyves en dan speciaal voor vogelaars. Dit boekje is een groot succes.

Het is interessant om eens wat beter naar de foto’s te kijken die in het smoelenboek staan. Veel vogelaars hebben zich laten portretteren met een vogel. Ik zie een vogelaar met een kleine alk, eentje met een kokmeeuw, met een koolmees, met een zeekoet en zelfs eentje met een heuse arend. Er is een duidelijke overeenkomst met jagers die zich laten portretteren met een zojuist geschoten eland of een visser met een kolossale karper in zijn handen. Blijkbaar liggen vogelen en jagen toch niet zo ver uit elkaar als meestal gedacht wordt.

Vele vogelaars staan afgebeeld met een verrekijker of telescoop. Zou dat zo zijn omdat ze zich als vogelaar in actie willen afbeelden, of omdat ze hun (dure) hebbeding willen laten zien?

De specialisten onder ons hebben zich als specialist laten fotograferen. Wietze zie ik zoals altijd bellend, Dirk met een prachtig kunstwerk, Marc zie ik filmend en Dick zie ik met zijn altijd parate geluidsmicrofoon. De vele fotografen tonen trots hun camera. Wat zou dit zeggen?

Er zijn ook een paar echte grappenmakers. Hans laat zich zien als een verklede Papoea, op dezelfde pagina staat Peter als een terrorist en elders treffen we een andere Hans met enorm lang haar uit zijn vroege jeugd.

Als je klaar bent met het bekijken van de foto’s vergeet dan niet om eens goed de teksten te lezen. Wat geven de vogelaars allemaal voor leuke informatie? Hun beroep, het aantal gescoorde vogels in Nederland, favoriete vogelplek, enz., enz. Velen delen met ons de soort die ze liever niet meer op de pieper zien verschijnen. Vaak wordt gestreepte strandloper genoemd. Opvallend vaak worden eenden en andere escapes genoemd. Dat doet mij, als escapescepticus, veel deugd.

Het boeiendst in het smoelenboek vind ik toch wel de handicap die men zelf benoemd. Velen noemen een drukke baan, geen rijbewijs, geen tijd, geen vervoer of hun (toch zelfgekozen?) gezin als handicap. Koploper is de bril en ook ik heb daar veilig voor gekozen.

Over mijn handicap ben ik trouwens niet helemaal eerlijk geweest. Mijn ware handicap is dat ik niet in staat ben vogels op geluid te determineren. Zo vind ik het erg lastig een zingende koolmees en een zingende tjiftjaf uit elkaar te houden. Ook het verschil tussen het geluid van een merel en een zanglijster ontgaat me. Koekoek, crex crex en ‘kwik me dit’ zijn één van de weinige soorten die ik veilig op geluid durf te determineren. De enkele keer dat ik op een trektelpost sta houd ik bij elk overvliegend en roepend vogeltje wijselijk mijn mond. Zouden meer vogelaars, net als ik, gezwegen hebben over hun ware handicap?

Nieuwe foto’s hoeven we van Henk niet meer te verwachten. Drie jaar geleden werd hij van zijn fiets gereden met als resultaat een dwarslaesie. Toen ik hem bezocht in het revalidatiecentrum was hij nog hoopvol, maar nu vertelde hij me dat hij nooit meer kan fotograferen.

In vergelijking met wat Henk is overkomen is een bril, een drukke baan, geen rijbewijs, geen tijd en zelfs geen gevoel voor vogelgeluiden een wel heel erg mager handicapje…

 

 

© 2009 Chris van Rijswijk

Image

Reageren op deze BirdTalk? Mail me!

===================================================================================

 

 

Dramatisch mooi
Toen ik nog bij mijn ouders woonde keken we niet alleen naar vogels, we kweekten ook vogels. Dat lijkt een vreemde combinatie en dat is het ook. Mijn vader had toen de eigenaardige gewoonte, wellicht uit een soort van schuldgevoel, een kanarie die nog maar één of hooguit twee dagen had te leven los te laten in de vrije natuur. Zo kon hij nog even van zijn vrijheid genieten, zo redeneerde hij.

Zo ook op die regenachtige dinsdagmiddag. Mijn vader liet achter in het park een terminale kanariegele kanarie los. Toen mijn vader zich omdraaide om naar huis te gaan, zag hij in een flits iets voorbij schieten en hoorde hij kort daarna een doffe plof. Een vrouwtje sperwer zat bovenop de arme kanarie en doodde haar met haar messcherpe klauw. Zo kwam er een bruut einde aan de korte vrijheid van deze kanarie.

Er bestaat een dramatisch mooi Duits verhaal van Manfred Kyber over een vogel die woonde in een te klein kooitje. Jaren gingen voorbij en elk najaar droomt deze vogel er van om eens de trektocht naar het zuiden te kunnen maken. Vooral op dagen als er veel kraanvogels overtrekken wordt het deze vogel te veel. Elke dag hoopt hij dat zijn gevangenis een keer open zou blijven staan. En dat moment komt.

Het is een zonovergoten dag in september. De vogel wordt gevoerd en zijn eigenaar vergeet de kooi dicht te doen. De vogel kan het eerst niet geloven, hipt wat onwennig heen en weer, maar dan hipt hij op de rand van het openstaande deurtje en ruikt zijn vrijheid. Hij slaat zijn vleugels uit en vliegt de vrije wereld in. Althans, dat probeert hij.

Het vliegen is zwaar geworden en met moeite haalt hij nog net de eerste de beste boom. Wat blijkt, door het jaren stilzitten is het spierweefsel van zijn vleugels slap geworden. Verward fladdert de arme vogel terug naar zijn kooi, waar hij zonder levenslust en vooral zonder hoop nog datzelfde najaar sterft.

Aan die arme kanarie en die vogel uit dat Duitse verhaal moest ik denken toen ik die ouwe baas bezocht. Hij woont op een boerderij en op zijn erf heb ik een seizoen lang een bosuilenechtpaar gevolgd en gefotografeerd. In zijn bijkeuken hangt een kooi met een opmerkelijke vogel er in. In het te kleine kooitje zit een sijs. En of deze sijs al niet genoeg gestraft is met zijn te kleine behuizing heeft de vogel ook nog eens een enorme wrat op zijn linkerpoot. Volgens die ouwe baas zit de sijs al veertien jaar in zijn kooi en zijn wrat heeft hij al een jaar of tien.

Als die ouwe baas even naar binnen is en ik alleen bij de sijs ben schiet de gedachte door mijn hoofd de kooi van de vogel open te zetten. Ik denk dan aan dat dramatische verhaal, hoe graag die vogel vrij wilde zijn, maar ook hoe hopeloos hij was toen bleek dat hij niet meer in staat was om te vliegen. Ook schiet het lot van de kanarie door mijn hoofd. Op het moment dat ik de kooi toch wil openzetten, hoor ik gestommel in de gang en is de ouwe baas terug. Mijn kans de vogel los te laten is verkeken. Ik voel me slap en geen held. De sijs lijkt me verwijtend aan te kijken.

Als ik een half jaar later weer eens langsfiets om te vragen of hij de bosuilen nog wel eens ziet, zie ik de te kleine kooi in de tuin liggen. Zonder sijs. ‘Goh’, zeg ik tegen de ouwe baas, ‘is je sijs met zijn wrat dood?’ ‘Nee’, zegt hij geërgerd, ‘hij is weggevlogen. Ik heb de kooi blijkbaar een keer open laten staan want op een dag trof ik een lege kooi met een geopende deur’. ‘Ach’ zeg ik schijnheilig.

Wat zou er gebeurd zijn met deze sijs? Zou hij net als in dat Duitse verhaal niet verder zijn gekomen dan de eerste boom? Zou hij daarna zijn opgevreten door de kat van de buren? Of wellicht wel zijn geslagen door een sperwer? Waarom weet ik niet, maar ik hoop op dat laatste…

 

 

© 2009 Chris van Rijswijk

Image

Reageren op deze BirdTalk? Mail me!

===================================================================================

 

 

Nothing sweet about me?
Toen de kleuren werden uitgedeeld was ik te laat. Veel te laat. Toen ik aan de beurt was, was er geen kleur meer over. De verf was letterlijk op.

Ik dacht dat ik een lelijk eendje was en heb daar toen om moeten huilen. Lang, heel lang, heb ik gehuild tot mijn ogen er rood van werden. Zo kreeg ik uiteindelijk toch nog wat kleur. Voor mijn uiterlijk heb ik me geschaamd. Nu, jaren later, kijk ik daar anders tegenaan. Mijn partner heeft mij geaccepteerd zoals ik ben en jaarlijks brengen we een nest met jongen groot. Ook word ik elke winter door een vaste groep mensen, die mij waarderen zoals ik ben, vereerd met een bezoek. Het kan verkeren.

Nu ik toch aan het woord ben, maak ik van de gelegenheid gebruik om twee misverstanden de wereld uit te helpen.

Het eerste misverstand: ik word een albino genoemd. Dat ben ik niet. Ik ben een ino. Dat kun je zien aan de licht crème veren in mijn oorpluimpjes, maar ook aan de licht crème kleur in mijn gezichtssluier.

Het tweede misverstand is er bij sommige mensen die vogels in kooien houden. Deze mensen hebben wel eens de neiging, als ze een kleurafwijkende vogel zien, te denken dat het beter is deze mutant te vangen, omdat hij geen overlevingskans zou hebben in de vrije natuur. Mijn levensverhaal bewijst het tegendeel. Ik weet mezelf prima te verbergen en ik heb het toch al minimaal zes maal lente zien worden.

Bedankt Tonny. Bedankt Cees, ouwe hippie!

 

 

© 2009 Chris van Rijswijk

Image

Reageren op deze BirdTalk? Mail me!

===================================================================================

 

 

Geschikt voor British Bird?
Van de pelikaan weten we dat het een vaste slaper is. Eenmaal in diepe rust is hij niet gemakkelijk wakker te krijgen. Zo is er een verhaal bekend van een hongerige leeuwin uit tropisch Afrika die 's nachts een slapende pelikaan wilde verslinden. De leeuwin kwam de vogel brullend tegemoet. De dappere pelicano weigerde echter wakker te worden. Zo kon de leeuwin de pelikaan niet in zijn nekvel grijpen en droop boos en vernederd af. Van alle pelikanen slaapt de kleine pelikaan het vast.

Omdat ik een lid van de Engelse rariteitencommissie een heel klein beetje had geholpen bij het schrijven van een artikel in British Bird over kerkuilen, kreeg ik als beloning de bewuste uitgave per post thuisgestuurd. Nu lees ik British Bird niet zo heel vaak, maar wat ik me herinner van andere uitgaven is dat er regelmatig koddige ingezonden brieven van lezers in staan met beschrijvingen van opvallend vogelgedrag. Zo ook in dit nummer. Er stond een grappig artikeltje in van een bosuil die via een kattenluikje in de voordeur de boekenkast in de woonkamer verkoos als slaapplaats. Ook het artikeltje over broodetende grote zaagbekken vond ik aansprekend.

Die guitige bosuil en die van te voren natuurlijk uitgehongerde zaagbekken deden mij overwegen voor British Bird een artikeltje te schrijven over het volgende voorval:

Het gebeurde op een koude zaterdagavond. Ik lag nog net niet op bed toen mijn broer Henk belde. Of ik mee ging om een pelikaan te checken. Een pelikaan checken? Eddy Nieuwstraten had mijn broer gebeld met het verhaal dat zijn tante uit Rotterdam vanuit haar keukenraam een pelikaan had zien landen op een lantaarnpaal. Omdat Eddy weet dat wij in Rotterdam wonen vroeg hij ons de vogel te checken.

Image

Zoals het een pelikaan betaamt, troffen we de vogel inderdaad diep slapend aan op een lantaarnpaal. Elke vogel gun je zijn nachtrust, uitgezonderd een escape. Die maak je zonder schuldgevoel wakker, al is het midden in de nacht. En je wilt als twitcher toch weten met welke pelikaan we te maken hebben? De vraag is dan: hoe maak je nu zo’n slapende reus wakker, als zelfs een heuse leeuwin hier niet toe in staat is?

Ik liep eens om de lantaarnpaal en riep heel hard boe! Geen enkele reactie. Met mijn toch behoorlijk felle zaklamp kreeg ik hem ook niet wakker geschenen. Dan blijft er maar één ding over: actie, harde actie!

Ik stelde mezelf op onder de lantaarnpaal, mijn voeten zo’n veertig centimeter uit elkaar, om vervolgens met al mijn kracht de lantaarnpaal heen en weer te schudden. Met een schok werd de vogel wakker. Hij gaf mij slechts de gelegenheid om, met een alles verblindende flits, één foto te maken voordat hij weer in een diepe slaap viel. Om die nacht vervolgens niet meer wakker te worden. 

De foto was duidelijk, het betrof een kleine pelikaan, gezien de zwarte vlek naast het oog. In Nederland is elke pelikaan een escape, maar een kleine pelikaan is 200% zeker een escape.

Nu vraag ik je, zou bovenstaand voorval een passend artikeltje in British Bird kunnen zijn?

 

 

© 2009 Chris van Rijswijk

Image
 

Image

Reageren op deze BirdTalk? Mail me!

===================================================================================

 

 

Vroegah
Als het om vogels gaat was vroeger alles beter. Zo waren er vroeger nog geen escapes, zag je op de Maasvlakte altijd morinellen, die nog tammer dan tam waren, en zat er op de MaVla in elke struik een heuse bladkoning. Tegenwoordig is de Maasvlakte vol gebouwd en zie je er geen kip. Verder zag je vroeger op elke heideveld een partij korhoenders om eng van te worden. Ten slotte scoorde ik elke maand een nieuwe soort. Ja, vroegah was alles beter.

Met sinterklaas was het vroeger bij ons thuis een dolle boel. Cadeaus waren er in overvloed. Creatief waren we niet; de surprises bestonden uit een verrekijker (2 rolletjes wc-papier naast elkaar) of uit een telescoop (2 rolletjes achter elkaar).

Over een telescoop gesproken, die hadden we toen nog niet. Op onze vogelwerkgroep in Rotterdam hadden we wel één telescoop met zo’n raar draaioculair aan de achterkant. Met een excursie deden we daar met heel de groep mee. Dat ging. No problem. Vogels vlogen toen nog niet weg. Er was voor iedereen genoeg tijd om uitvoerig te kijken door die ene rare telescoop. Beurt om beurt.

Met sinterklaas was het dus altijd een dolle boel, maar dat ene jaar was het wel heel erg dol. Iedereen had zijn nodige (of overbodige?) cadeaus gekregen, toen er nog één naamloos pakje over bleef. Het pakje had ongeveer de maten van een schoenendoos, maar dan wat smaller en wat platter. Voor wie zou dat pakje nu zijn? We dronken eerst maar een warme mok chocolademelk en pakten het pakketje toen toch maar uit. Wat bleek: het was een telescoop! Een Vixen. Eén heuse eigen telescoop voor ons gezin! Dat jaar zongen we harder dan anders ons danklied voor de goedgevigheid van de goedheilig man.

De volgende dag, een zonovergoten zaterdag, gingen we de scoop gelijk uitproberen. Op de stuifdijk van de Maasvlakte scoorden we onze eerste jan van gent. Iedereen keek heel even, zo konden we alle vier (mijn broers, mijn vader en ik) de voorbij vliegende zeevogel op onze livelist bijschrijven. Wat een helder beeld had die Vixen toch in vergelijking met die rare telescoop van de vogelwerkgroep. Life was great. Life was wonderful!

Jaren later hadden we allemaal onze eigen telescoop. Zo gaat dat. Een heuse Apo met alles er op en er aan, die je niet met anderen hoeft te delen.

Laatst kwam ik aan bij de sneeuwuil van Texel. Ik vroeg aan een vogelaar of ik alvast even door zijn scoop kon kijken. Je weet hoe dat gaat: je bent een beetje zenuwachtig als je bij een zeldzame soort aankomt of zelfs een beetje gestresst van de lange reis. Dan is het prettig als je de rariteit van de dag alvast even door een al opgestelde scoop mag bekijken. Dan kun je daarna in alle rust je eigen telescoop opstellen, zonder bang te zijn dat die zeldzaamheid er van door gaat voordat je hem hebt gezien.

Van die vriendelijke vogelaar, ik schatte in een student, mocht ik even door zijn telescoop kijken. En heej wat leuk, het was een Vixen! Die ouwe vertrouwde telescoop van toen met dat heldere beeld, dacht ik er nog achteraan. Ik plaatste mijn oog tegen het oculair en keek door de Vixen. Ik zag niets. Helemaal niets! Ik keek nog een keer en zag nog steeds niets. Ik keek even aan de voorkant van de scoop of de dop er nog op zat, maar nee, die zat er niet op. Nog maar eens goed kijken en ja, nu leek ik toch iets te zien. Vaag en in een smal beeldveld zag ik de contouren van de sneeuwuil. Waar was dat o zo heldere beeld van vroeger gebleven?

Vroegah. Was vroeger echt alles beter?

 

 

© 2009 Chris van Rijswijk

Image

Reageren op deze BirdTalk? Mail me!

===================================================================================

 

 

De kijvende vrouw
Als ik in mijn schuiltent zit te wachten op de dingen die (meestal niet) komen gaan, heb ik alle tijd om eens goed na te denken. Dat is goed voor een mens, zegt men, dan kan hij zijn gedachten ordenen. Toch betwijfel ik of dit altijd wel even gezond voor mij is. Ik kom namelijk soms tot vreemde parallellen.

Na de dood van mijn buurvrouw leefde mijn buurman op en bleek hij een aardige man te zijn. Tot die tijd was hij altijd een beetje nors, net als zijn gevaarlijk ogende vrouw. We waren geen vrienden en al helemaal geen goede buren. Maar mijn buurman was nooit zo nors als zijn vrouw. Ergens wist ik het: mijn buurman is een aardige vent. Mijn gevoel bleek te kloppen, we kregen later een goede band en waren prettige buren. Ik vond het dan ook jammer toen hij na een paar jaar verhuisde naar een verzorgingstehuis.

Hetzelfde heb ik meegemaakt met mijn opa. Mijn opa werd een bovengemiddelde toffe peer na het overlijden van mijn oma. En ook hier wist ik vroeger al dat hij aardiger was dan hij zich voordeed. Als kind voelde ik dat aan.

Ik dacht aan mijn buurman en mijn opa toen ik in mijn schuiltentje zat bij een paartje sperwers. Manlief deed de boodschappen en kwam zo af en toe met een prooi aangevlogen. De kijvende vrouw zat op haar nest met een norse blik en vloog haar man schreeuwend tegemoet als hij op hun vaste overdrachtstronk landde. Hij mocht natuurlijk niet op het nest komen, dat was tegen haar regels. Manlief moest ook gelijk weer op jacht als hij zijn prooi had overgedragen, dat bleek uit alles. Hij was zichtbaar bang voor zijn vrouw.

Hij leek me gemeend aardig. Hij had niet zo’n felle blik en zelfs een vriendelijke uitdrukking op zijn gezicht, zo meende ik te zien. Hij overwoog zelfs vegetariër te worden, fantaseerde ik. Maar nee, dat wilde vrouwe sperwer natuurlijk niet.

Een aardige vent die sperwer man. Dat voelde ik aan. Net zoals ik dat bij mijn buurman en bij mijn opa had aangevoeld…

 

 

© 2009 Chris van Rijswijk

Image

Reageren op deze BirdTalk? Mail me!

===================================================================================

 

 

Partnerkeuze
Vanuit de psychologie weten we dat mannen een vrouw kiezen die op hun moeder lijkt. Nu heb ik lang naar mijn partner gekeken, maar ik zie bar weinig overeenkomsten met mijn moeder. Van al mijn schoonzussen is mijn vriendin de enige die volgens mij helemaal niets van mijn moeder heeft. Heb ik soms de verkeerde partner gekozen?

Op de fiets moest ik hier laatst nog aan denken en toen schoot me gelukkig toch iets te binnen wat ze samen delen: ze hebben beiden helemaal niets met vogels! Gelukkig, nu kan ik mijn partnerkeuze toch nog wetenschappelijk een plaats geven.

Mijn vriendin heeft dus niets met vogels. Als ik aan haar vraag of ze tijdens het hardlopen nog vogels heeft gezien, zegt ze: 'Mmmmm..... één duifje'. Ik hoef dan niet te vragen wat voor soort duif, want ze heeft er geen benul van dat er meerdere soorten duiven zijn.

Heeft je partner niets met vogels, dan heeft dit als vogelaar vooral voordelen: je hoeft niet met elkaar te concurreren wie de meeste soorten heeft gezien, je hoeft nooit te bewijzen dat je een bepaalde vogelsoort daadwerkelijk hebt gezien, je hoeft niet uit te leggen of je een gefotografeerde vogel nu wel of niet hebt verstoord, enz. enz. Met een vogelzieke vader en dito broers is dat wel het geval. Tot vervelends toe.

Hebben mijn moeder en eega dan helemaal niets met vogels? Toch wel iets. Zo ontdekte mijn moeder laatst een wel hele vreemde vogel op haar dak. Koelbloedig pakte ze een camera, maakte een paar foto's en belde daarna mijn vader. Uiteindelijk bleek het een uit Blijdorp ontsnapte hoornraaf te zijn, maar toch, haar niet-pluis gevoel bleek van vogelkennis en twitchersmentaliteit te getuigen.

En ook mijn vriendin wist me te verrassen. Laatst keken we TV toen er op het scherm een stinkhaan voorbij kwam. Zegt ze: 'is dat niet een hop?' En laatst zaten we op ons balkon te nippen aan een glas port toen er in de verte klu-klu-kluu klonk. ´Heej een groene specht´ zegt ze met een triomfantelijke blik. Ik was verrast. Blij verrast!

Oh ja, nu schiet me nog een overeenkomst te binnen: ze zijn beiden hartstikke lief...

 

 

© 2009 Chris van Rijswijk

Image

Reageren op deze BirdTalk? Mail me!

===================================================================================

 

 

Geert Wilders is een vogelaar
Een aantal bekende Nederlanders is vogelaar. Denk bijvoorbeeld aan Eddy Zoë, Hans Dorrestijn en ook van Gerrit Hiemstra weten we dat hij wel eens naar vogels kijkt. Zo ontdekte onze weerman zelfs eens een buffelkop (die geringd was en dus gelukkig als escape de boeken in ging). Ook de drummer van De Kast zou een vogelaar zijn. Verrassend genoeg ben ik er achter gekomen dat ook Geert Wilders een vogelaar is! 

Dit voorjaar en deze zomer ben ik in totaal elf keer naar de Groene Jonker geweest om de porseleinhoenders en natuurlijk vooral de kleinst waterhoentjes te fotograferen. Deze welkome vreemdelingen doen erg hun best te integreren in de Nederlandse fauna.  Wat mij betreft niet onverdienstelijk: ze zijn bescheiden, zien er prachtig uit, zijn niet schreeuwerig, vallen niemand lastig en hebben zelfs een christelijk gezinnetje gesticht. Daarnaast vermaken ze vele mensen door zich fantastisch te laten bekijken. Kortom: een verrijking van ons kikkerlandje.

Wat mij opviel is dat de lokale meerkoeten niet zo heel blij zijn met deze nieuwkomers. Zodra ze een porzana zien of zelfs horen doen ze hun uiterste best deze nieuwkomers te verjagen, weg te pesten en zo hun integratieproces proberen te verstoren. De meerkoeten zijn er op gebrand hun verre neven geen rust te geven en zelf niet te rusten voordat ze zijn weggepest. Ja, meerkoeten hebben overduidelijk een pesthekel aan vreemdelingen.

Toen opeens bedacht ik het: Geert Wilders is een vogelaar! Hij heeft dagen, weken, zo niet maanden het gedrag van meerkoeten bestudeerd en is zo tot zijn politieke ideeën gekomen. Hij moet dus wel een vogelaar zijn. Hij is zo idolaat van de meerkoet dat hij zelfs zijn uiterlijk heeft aangepast aan dat van de meerkoet. Dat is dus de reden van zijn bijzondere kapsel en geblondeerde haren. Hij wil ook een witte bles hebben zoals zijn held de meerkoet!

En zeg het zelf, het is hem aardig gelukt. Ik kan nu niet meer naar Geert kijken zonder aan de meerkoet te denken…

 

 

© 2009 Chris van Rijswijk

Image

Reageren op deze BirdTalk? Mail me!

===================================================================================

 

 

Believer vs. non-believer
Mensen zijn gevoelig voor status. Zo gaat het er in Monte Carlo om wie het langste jacht heeft. Dichter bij huis gaat het er in de straat om wie de duurste auto heeft en in december wie de mooiste kerstverlichting in de tuin tentoonstelt.

Ook vogelminnend Nederland is niets menselijks vreemd en dus gevoelig voor status. Bij de fotografen gaat het om wie de nieuwste en de duurste body met veel pixels heeft, het laagste camerastandpunt kan bereiken en natuurlijk wie een zo abstract mogelijke foto weet te maken (dus beslist geen registratieplaat).

Bij vogelaars wordt status bepaald door een dure kijker en dito telescoop, maar toch vooral door de hoogte van je soortenlijst, die je hebt gescoord in Nederland. Overigens zegt het aantal soorten niets over je vogelkennis, maar veel meer over je mobiliteit en vooral je vrije tijd, maar dat geheel ter zijde.

Om te stijgen op de statusladder zul je als vogelaar veel soorten moeten scoren. De Commissie Dwaalgasten Nederlandse Avifauna (CDNA) is de spelleider en stelt een lijst samen met vogels die je mag tellen. Het komt nog wel eens voor dat de telbaarheid van zo’n buitenlandse gast ter discussie staat. Immers, een vogel zou wel eens ontsnapt kunnen zijn uit een volière of uit een dierentuin. Hier wringt dan ook gelijk de schoen. De vogelaars vallen in zo’n geval vaak uiteen in twee groepen; ‘de believers’ en 'de non-believers’.

De non-believers zijn kritisch. Zij zijn niet snel overtuigd dat een dergelijke vogel op eigen kracht ons land kan bereiken en vinden de kans dat zo’n vogel uit gevangenschap afkomstig is reëel. Believers vinden non-believers onnodig kritisch, ze hebben overal iets op aan te merken.

De believers hebben opvallend genoeg al heel snel een theorie bedacht hoe een willekeurig twijfelgevalletje gemakkelijk op eigen kracht ons kikkerlandje bereikt heeft:
• een niet gesleten verenkleed pleit voor een wilde herkomst, da’s logisch, maar een gesleten verenkleed is ook geen
   probleem; de reis naar Nederland is immers niet zonder gevaren;
• een verdachte ring is mogelijk; vooral die verrekte Duitsers schijnen overal duistere projectjes op te zetten;
• zeldzame ongeringde vogels in de nabijheid van geringde of geleewiekte vogels is geen probleem, tamme en ontsnapte vogels
   kunnen namelijk wilde vogels aantrekken;
• tamheid is overigens nietszeggend, sterker nog, het maakt een geval juist goed;
• de groene reiger die een beetje bleekjes ziet? Het kan, er is namelijk één schaal van één Amerikaan waar hij veilig op past;
• een wingtag, of zelfs een restant van een wingtag is HET bewijs dat een vogel wild is;
• een geringde buffelkop zou goed mogelijk kunnen zijn, buffelkop is immers al in Schotland vastgesteld;
• en kuifzaagbek is al op IJsland vastgesteld, dan is een Waddeneiland nog maar een kleine stap;
• een amerikaanse smient met één vleugel: dat kan, een jager kan de vogel hebben aangeschoten;
• enz.
• enz.

Wat mij opvalt aan de believers is dat ze nooit twijfelen. Of het nu gaat om een kleine pelikaan, een kleine flamingo of een schijnbaar uit Afrika via Spanje doorgetrokken ruppels gier, het kan allemaal meent de believer. Overal is een theorie voor bedacht. Ik hoor en zie de believers nooit twijfelen. Dat laatste vind ik nu verdacht. Ook de believer zou toch wel eens twijfel moeten hebben over de herkomst van een soort? Het zou toch niet zo zijn dat ze nooit twijfelen omdat ze per se een extra soort op hun lijst willen hebben? ‘Nee, dat natuurlijk niet’ hoor ik een believer al zeggen, maar ik twijfel.

Dan hebben de believers vaak het argument: ja, je kunt overal wel aan gaan twijfelen, alles wordt namelijk in gevangenschap gehouden. Dat betwijfel ik dan weer. Zeker sinds begin 2000 de import van vogels grotendeels is gestopt wordt lang niet alles meer in gevangenschap gehouden.

Kijk eens naar bruinkopgors en zwartkopgors. Beide beauty’s werden in het verleden regelmatig gezien in West-Europa, maar werden ook veel in gevangenschap gehouden in West-Europa. Nu dat laatste niet meer het geval is, drogen ook het aantal waarnemingen gestaag op. Moeten we dan de gevallen van zwartkopgors en bruinkopgors opnieuw tegen het licht houden? ‘Já’ roepen de non-believers, ‘liefst vandaag nog’ vult een ander aan. ‘Neen!’ zegt een believer ‘niet herrouleren’. ‘Azijnpissers!’ vult de andere believer aan.

Ik ben bang dat de believers en de non-believers het nooit met elkaar eens zullen worden. Gelukkig hoeft dit ook niet, want het CDNA beslist en die wordt geacht objectief te zijn. En trouwens waar hebben we het eigenlijk over? Over een lijstje en de herkomst van een vogeltje. Lekker belangrijk voor je status…

 

 

© 2009 Chris van Rijswijk

Image

Reageren op deze BirdTalk? Mail me!

===================================================================================

 

 

Tijd
Ook als het om vogels gaat heeft alles zijn bestemde tijd:

Er is een tijd om over vogels te praten;
En er is een tijd om naar vogels te luisteren.

Er wás een tijd om eieren te zoeken;
Er is nu een tijd om nesten met rust te laten.

Er is een tijd om te verwelkomen (boerenzwaluw in het voorjaar);
En er is een tijd om afscheid te nemen (laatste gierzwaluw in september).

Er is een tijd om een nieuwe soort bij te schrijven;
En er is een tijd om een nieuwe soort weer af te schrijven (grote tafeleend).

Er is een tijd om te lachen;
En er is een tijd om te huilen (als straks de korhoen in Nederland is uitgestorven).

Er is een tijd om een vogel lief te hebben;
En er is een tijd een vogel te haten (stront op mijn auto).

Er is een tijd om te splitten;
En er is een tijd om weer te lumpen.

Er is een tijd voor een kip;
En er is een tijd voor een ei.

Er is een tijd om te verlangen naar een vogel;
En er is een tijd om te walgen van een vogel (kuif- alias kokhalszaagbek).

Er is een tijd om mijn partner te overtuigen dat ik nú onmiddellijk weg moet naar een vogel;
En er is een tijd om me erbij neer te leggen dat ik nu niet onmiddellijk weg kan naar een vogel.

Er is een tijd om in je bed wakker te liggen omdat je de volgende dag moet twitchen (of dippen);
En er is een tijd om in je bed wakker te liggen om na te genieten.

Er is een tijd om op het idee te komen om een nieuwe Canon te kopen;
En er is een tijd dat mijn partner dat geen goed idee vindt.

Er is een tijd om vanuit je bed te verlangen naar het vogelen;
En er is een tijd om tijdens het vogelen naar je bed te verlangen.

Er is een tijd om te twitchen;
En er is een tijd te gaan genieten van de vogels in mijn local patch.

Alles heeft zijn bestemde tijd. Zal er ooit een tijd komen dat vogels onbelangrijk voor mij zullen zijn?


My best ‘Bird Talk’ is still unwritten…
 

 

 

© 2009 Chris van Rijswijk 

Reageren op deze BirdTalk? Mail me!

===================================================================================

 

 

Alleen voor Rotterdammers 
In het Rotterdam van het ‘geen woorden maar daden’ hebben we naast de echte burgervader en een nachtburgemeester ook een huisburgemeester. Tenminste, die zouden we kunnen hebben.

Deze laatste ‘positie’ is namelijk vacant. Na goed Belgisch voorbeeld, waar de jaarlijks terugkerende burrie de voornaam van de zittende burgemeester krijgt, besloot ik dat ook voor te stellen aan de burrie van de Maasvlakte. Ik had hem uiteindelijk min of meer zelf ontdekt.

Toen het voorjaar naderde, hebben de burrie en ik zijn winterverblijf op de MaVla geëvalueerd. Hij was niet ontevreden en had het naar zijn zin gehad. Over mijn verzoek of we hem voortaan Ivo mochten noemen, moest hij even nadenken, maar uiteindelijk stemde hij er mee in. Hij was vereerd toen ik vroeg of hij de komende winters hier wilde verblijven, maar hij kon nog geen toezegging doen. Nee, dat kon hij niet. We hebben de evaluatie afgesloten met een ietwat te statig statieportret.

Spijtig genoeg is hij de volgende winter niet teruggekomen. En de winter daarna ook niet. Het leek me heerlijk om elk najaar uit te kijken naar zijn komst, zoals je elk voorjaar uitkijkt naar de eerste boerenzwaluw. Nee, blijkbaar had hij een ander winterverblijf gevonden (toch niet in 020?). Wat zou de reden zijn geweest? In de tussentijd is er in Rotterdam natuurlijk het één en ander veranderd. Burgervader Ivo is gegaan en burgervader Ahmed is gekomen. Zou dat het zijn geweest? Vond hij als noorderling de nieuwe burgervader wellicht te zuidelijk? Vast niet, zo zijn vogels niet.

In Rotterdam hebben we naast de echte burgervader en een nachtburgemeester ook ruimte voor een huisburrie. Deze laatste is helaas nog steeds vacant…

 

 

© 2009 Chris van Rijswijk

Image

Reageren op deze BirdTalk? Mail me!

===================================================================================

 

 

Kauw 
ZO’N ZWARTE? Had ze verbaasd geroepen en ze trok er een heel vies gezicht bij. Ze vroeg me namelijk wat ik een mooie vogel vond. Ik moest er even over denken en toen vertelde ik haar een kauwtje wel mooi te vinden. Van een vogelaar en zeker van een fotograaf had ze dit niet verwacht. Ze had gerekend op een één of ander kleurrijk vogeltje uit de bergen van Bolivia. Of op z’n minst dan wel een ijsvogel. Maar zo’n zwarte? Ik vond haar reactie best een beetje discriminerend.

Daarom vertelde ik haar hoe mooi hun kraaloogjes zijn, hoe gezellig ze met elkaar kunnen kwebbelen en over hun vermeende levenslange trouw. Ze leek het enigszins te begrijpen, maar het was niet van harte.

Laatst sprak ik na jaren mijn oude buurvrouw. De jonge kauw die ze uit de bek van haar eigen kat had gered en daarna zelf had grootgebracht, is inmiddels al een tijdje verdwenen. Een aantal jaren had de kauw in haar tuin gewoond, zonder oog te hebben voor zijn eigen soortgenoten. Hij leek zijn eigen soort gewoon niet te zien. Waar mijn buurvrouw ging, daar was ook haar kauw. Als ze boodschappen ging doen op de fiets, vloog hij trouw achter haar aan. Als je met haar stond te praten, zat hij gezellig op haar schouder. Op een regenachtige dinsdagmiddag was hij opeens verdwenen. Weggevlogen meende ze. Mijn buurvrouw vond dat uiteindelijk maar ondankbaar. Had hij niet afscheid kunnen nemen? Of op z’n minst even kunnen laten weten hoe het met hem ging?

Ik troostte haar door te zeggen dat hij waarschijnlijk toch een oogje had laten vallen op een soortgenoot en dat ze samen elders een gezin hadden gesticht. Ik loog het. Eigenlijk dacht ik dat een kat of een auto wel eens de oorzaak van zijn verdwijning zou kunnen zijn geweest. Dat kon ik haar toch niet vertellen? Ze leek me enigszins te geloven, maar het was niet van harte.

Wat vind jij een mooie vogel, had mijn collega gevraagd. Een kauwtje zei ik tegen haar. Zo’n zwarte? Ja, inderdaad zo’n zwarte...

 

 

© 2009 Chris van Rijswijk 

Reageren op deze BirdTalk? Mail me!

===================================================================================

 

 

Fotograaf vs. vogelaar
Er was eens een kabouter en die woonde in een fotogeniek bos. In dat mooie bos stond een heel klein huisje, daar woonde die kabouter in. Al jaren. Op een zonnige woensdagmiddag had de kabouter een ketel gekocht op de markt.

De ketel kreeg een plaats in de keuken van de kabouter. Vanaf het begin boterde het niet met de ketel en de pot die al een paar jaar in die zelfde keuken woonde. Vrienden werden ze nooit. Het kwam zelfs zo ver dat de pot de ketel verweet dat hij zwart zag (terwijl hij zelf toch ook aardig zwart was geblakerd). Hoe diep kun je vallen!

Steeds vaker hoor ik fotografen klagen over het gedrag van vogelaars. Vier voorbeelden:
• een fotograaf zag een vogelaar die met een zaklamp het weiland van de sneeuwuil zou zijn ingegaan, omdat het te donker was de vogel nog te zien;
• een fotograaf die vanuit de vaste schuilhut op te Holterberg zou veel last hebben van de (hard) pratende en samengroeperende vogelaars die op de Toeristenweg stonden. Zo ging het dag in, dag uit. De hoenders zouden hier zichtbaar op reageren;
• een fotograaf zou al uren bezig zijn de strandplevier van de Brouwersdam te fotograferen vanuit zijn auto. Een vogelaar met een telescoop kwam ‘al lopend’ vragen wat hij aan het fotograferen was. Met de nadruk op ‘was’. De strandplevier was namelijk weggevlogen;
• een fotograaf die op Lesbos toevallig ook een strandplevier fotografeerde, maar dan vanuit een schuiltent, vertelde het volgende. Tweehonderd meter verder op zat een steltkluut te broeden. Hordes bussen kwamen langs. De ene keer een bus vol met Engelsen, dan weer een bus vol met Italianen. Elke keer als er een bus stopte en de vogelaars uitstapten, vloog de steltkluut van zijn nest. Na drie dagen hielt de steltkluut het voor gezien, ze liet haar nest en eieren in de steek, om elders opnieuw te beginnen.

Steeds vaker hoor ik ook vogelaars klagen over het gedrag van fotografen. Vier voorbeelden:
• een fotograaf zou het weiland van de sneeuwuil met voeten hebben betreden, om zo nog een redelijk plaatje te kunnen maken;
• een vogelaar zou een fotograaf uit de vaste schuilhut hebben zien komen op de Holterberg, terwijl de hanen nog aan het bolderen waren. De hanen zouden zijn verstoord en zijn weggevlogen;
• een vogelaar zou zich hebben gestoord aan een fotograaf die vanuit zijn auto al uren achter een strandplevier aan reed, om hem te fotograferen;
• een vogelaar had zich gestoord aan een fotograaf op Lesbos, die zijn schuiltentje had opgezet op tweehonderd meter van een nest van een steltkluut. Ja, na een paar dagen was de kluut op stelten natuurlijk vertrokken.

Fotograaf vs. vogelaar en vogelaar vs. fotograaf. De praktijk is echter ingewikkelder. De één voelt zich een vogelaar, de ander een fotograaf. Weer een ander voelt zich een fotograferende vogelaar en dan zijn er natuurlijk ook vogelende fotografen! Om maar te zwijgen over die mensen die naast fotograferen en vogelen ook nog eens ringen, inventariseren, trektellen, etc., etc.

Het verhaal van de kabouter met zijn pot en zijn ketel is natuurlijk maar een sprookje. Toch heeft dit sprookje een moraal: kijk niet te veel naar een ander, omdat je zelf net zo veel, of wellicht zelfs nog meer, tekortkomingen hebt. Omdat ik vogelaar, fotograaf, soms assistent ringer, trekteller, etc. ben, voel ik me dubbel en dwars aangesproken. Ik zal daarom mijn leven beteren...

 

 

© 2009 Chris van Rijswijk 

Reageren op deze BirdTalk? Mail me!

===================================================================================

 

 

De kip of het ei?
Ik vraag het me al jaren af. Wat was er eerder, de kip of toch het ei? Als ik kies voor de kip, dan is de vraag waar die kip vandaan komt. Als ik vervolgens kies voor het ei, dan vraag ik me af wie dit ei heeft gelegd. Tja, geen makkelijke vragen.

Op internet vind ik het volgende:
De uitdrukking kip-en-eiprobleem wordt gebruikt indien van twee fenomenen moeilijk te bepalen valt welk van beide oorzaak en welk gevolg is. Dit kan komen doordat zij in een kringverhouding tot elkaar staan: zonder A kan B niet tot stand komen, maar zonder B ontstaat A niet (bron wikipedia).
Oké, maar kan ik daar iets mee? In ieder geval nog geen antwoord op mijn vraag.

 

Op een forum (BizzyLizzy) lees ik:
Er is in 1963 een kip en een ei verstuurd met de post van Amsterdam naar Maastricht. Het ei kwam na 40 uur aan en de kip na 44.5 uur, dus was het ei er het eerst.

Van hetzelfde forum:
Een kip sprak peinzend tot een ei
Wie was er eerder ik of jij?????
De wijsbegeerte mag misschien
op deze vraag geen antwoord zien
maar ik heb, wat men ook mag zeggen
nog nooit een ei een kip zien leggen
Zucht, nu heb ik nog steeds geen SMART onderbouwd antwoord.

 

Dan maar zelf een onderzoekje doen. Ik vraag het aan een christen, een moslim, een kenner, een atheïst, een vogelaar, zelfs aan een kippenfokker, enz. Enkele van hun antwoorden:
allebei tegelijk
Adam (??)
ik ga voor een zwangere kip
in denk toch maar kip
ei
kip natuurlijk
Mmm, wat moet ik daar nu mee, eigenlijk is het me nu nog onduidelijker geworden.

Omdat ik er zo mee bezig was kreeg ik van de Sint (of was het van een vriendin?) een mooi gedicht. Een fragment, want verder is het gedicht te pikant en te persoonlijk om hier te noteren:
… Sint heeft navraag gedaan bij de biologen en de theologen,
Die verwezen me naar de ornithologen….
Om een lang gedicht kort te houden, die bleken het uiteindelijk ook niet te weten.

Wat was er eerder, de kip of toch het ei? Ik weet het niet. Ik weet het echt niet. Nooit zal ik het weten. Maar, wil ik het eigenlijk wel weten? Als ik het weet, zou namelijk één van de mooiste raadsels zijn opgelost.

Dag kip, dag ei, zoeken jullie het zelf maar uit. Ik ga naar de Holterberg een korhen zoeken. Dat is nog eens een kip!  

 

 

© 2009 Chris van Rijswijk 

Reageren op deze BirdTalk? Mail me!

===================================================================================

 

 

Buitencategorie
Toen ik zo rond mijn tiende met mijn broers serieuzer ging vogelen hadden we al binnen een paar jaar de soorten die mijn vader had gezien bij elkaar gesprokkeld. Behalve de woudaap en de cetti’s zanger dan.

Vaak en nog al uitgebreid vertelde mijn vader hoe mooi de rode snavel van een woudaap kan zijn, hoe bijzonder een waarneming van een cetti’s zanger is en ook hoe speciaal de cetti's kan zingen. Omdat hij er zo vaak over vertelde en hij die laatste twee overgebleven soorten koesterde, werden ze voor mij speciaal. Heel speciaal. Iets onbereikbaars, een soort buitencategorie.

Met zowel de woudaap als de cetti’s zanger is het goed gekomen. Tenminste met de cetti's zanger niet helemaal. De woudaap heb ik prachtig gezien en uitgebreid gefotografeerd. De cetti’s zanger heb ik natuurlijk inmiddels ook wel gehoord, maar helaas niet kunnen fotograferen.

Toen Adri mij laatst vertelde dat een klein bruin vogeltje bijna dagelijks zijn voedertafel bezocht, wilde ik natuurlijk weten welke soort dit was. Adri dacht aan een karekiet. Ik vertelde Adri dat dit in de winter bijna onmogelijk is en toen hij mij er van overtuigde dat het geen tjiftjaf of een winterkoning was, wilde ik graag een fotootje van de vogel zien. Per mail was zijn foto snel verzonden. Een korte vleugel, een opvallende witte oogring: CETTI’S ZANGER!

Een plan de campagne was snel gemaakt. De voedertafel werd speciaal ingericht voor de cetti’s zanger. Afspraken werden afgezegd, vrije dagen opgenomen en al het andere werd in de ijskast of op de lange baan geschoven. Zittend in mijn schuiltent in een waadpak en tot mijn navel in het ijskoude water constateerde ik dat het niet gemakkelijk zou worden de cetti’s zanger op de foto te krijgen. De vogel bezocht namelijk nauwelijks de voedertafel. Als hij er was, was hij sneller vertrokken dan dat hij was gekomen. Daarnaast bleek dat dit vogeltje enorm beweeglijk was. Dagen van ‘uren maken’ gingen voorbij. Uiteindelijk kwam het toch tot een foto waar Adri en ik meer dan tevreden over waren.

Ook al zijn woudaap en cetti’s zanger nu beide door mij vereeuwigd, voor mij zullen ze voor altijd tot de buitencategorie blijven behoren…

 

 

© 2009 Chris van Rijswijk

Image

Reageren op deze BirdTalk? Mail me!

===================================================================================

 

 

Kanariezaad
Het plaatje hieronder lijkt idyllisch maar de periode waarin deze foto is gemaakt was dat zeker niet. We zijn met ons familiegroepje bestaande uit 14 individuen vertrokken uit Scandinavië in oktober, omdat er nauwelijks nog voedsel voor ons was. De oversteek bij Denemarken heeft een paar van onze kinderen die in het voorjaar van dat jaar zijn geboren niet overleefd. Dat was pittig.

Aangekomen in Nederland zijn we, na een periode op een Waddeneiland te zijn verbleven, verder getrokken naar Schoorl. Hier hebben we getracht te overwinteren. Dat was niet gemakkelijk. Ja, er was wel genoeg voedsel, maar om te beginnen waren er nauwelijks drinkpoelen. Daarnaast was er een sperwer die op de dag voordat deze foto is gemaakt mijn neef heeft geslagen en opgegeten. Dat was spijtig, want we leunden erg op onze neef. Hij was de oudste en het meest ervaren van ons allemaal.

Dat loeder hield ons al een paar weken in de gaten. Dagelijks ondernam hij een aanval. Meestal zagen we het aankomen en konden we vluchten. Maar niet altijd. Naast mijn neef heeft hij ook een halfzus van me opgegeten.

De fotograaf met de wandelwagen en zijn waterkan was al eerder geweest. Toen konden we nog elders drinken. Op de dag van de foto was alles bevroren en moesten we wel bij zijn zelf gecreëerde poel drinken.

Hij vroeg me of hij nog eens terug kon komen. Hij zou dan zorgen voor een mooie stronk en wat kanariezaad. Pff, alsof we hier op vakantie waren! Had hij niet in de gaten dat we hier voor nood waren? Ik heb het hem nog verteld, maar hij leek het niet te begrijpen.

Uiteindelijk zijn we met ons negenen overgebleven en in het late voorjaar weer naar Scandinavië gevlogen. Die fotograaf? Nooit meer gezien… 

 

 

© 2009 Chris van Rijswijk

Image

Reageren op deze BirdTalk? Mail me!

===================================================================================

 

 

Een kerstverhaal
Camperduin, waar al zoveel zeldzame vogels waren ontdekt, was het niet geworden. Scheveningen ook niet en verrassend genoeg het voor de handliggende Westkapelle al helemaal niet. Nee, hij verkoos het nietige slag Dobbelsteen, waar eigenlijk nog nooit een fatsoenlijke zeldzaamheid was gezien. Hij was er nu al acht dagen en bezoek van (vooraanstaande) vogelaars had hij niet gekregen. De mannen van Birdpix, Dutch Birding en Waarneming.nl hadden niet de moeite genomen om langs te komen. Ze hadden het wellicht te druk met hun lijstjes (wel of geen Kokarde), hun gedragsregels (wat mag er nu precies wel en wat niet) en hun splits.

Nee, de enigen die hem hadden geëerd met een bezoek was in de ogen van vogelaars een verachtelijke groep jagers. Zij hadden na hun jachttocht op de vlakte hun lunch genuttigd op het strand en hem een deel van hun buit gegeven.

Eenmaal was er een vogelaar langsgekomen in een klein grijs autootje met een grote telelens. Hij had zich echter geërgerd aan een oud dametje en aan haar loslopende hond. Blijkbaar dacht hij dat dit dametje en vooral haar hond vogels verjoeg. Door zijn ergernis had hij over me heen gekeken en me niet herkend. Dat oude dametje had me vriendelijk wat brood toegegooid en vroeg me: heb ik je een jaar of achttien geleden ook niet eens gezien bij Stellendam?

Nee, de vogelaars namen niet de moeite mij te bezoeken. Teleurgesteld ben ik weer teruggevlogen naar waar ik vandaan kwam… 

 

 

© 2008 Chris van Rijswijk

Image

Reageren op deze BirdTalk? Mail me!

===================================================================================

 

 

Mijn eerste verre reis
Mijn eerste reis die ik maakte, was helemaal naar Afrika. Het was een lange reis, niet zonder gevaren. In het vroege voorjaar begon het te kriebelen en ben ik weer richting Nederland vertrokken. Ergens halverwege Frankrijk liep ik mijn huidige partner tegen het lijf, die toevalligerwijs ook op weg was naar Nederland. Aangekomen in Nederland hebben we ons gevestigd in het Rottemerengebied vlak onder de rook van Rotterdam. Op de avond van de derde dag dat we hier waren, fietsten er een man en een vrouw voorbij. In tegenstelling tot alle andere fietsers bleven ze staan en wezen naar ons. Ik schrok wel even, maar zij waren blijkbaar meer geschrokken van ons dan wij van hen. Ze keerden om en na een half uurtje kwam de man terug. Hij had een vreemd apparaat bij zich op drie poten. We wisten even niet hoe te reageren, maar al snel bleek dat het allemaal wel oké was. Die man bleef in de slootkant zitten en wij besloten ook op ons plekje te blijven zitten.

De volgende ochtend was hij er weer, maar nu met twee andere mannen. Dat herhaalde zich een paar ochtenden. We hebben hier ons eerste nest met jongen grootgebracht, maar ik geloof niet dat ze dat hebben gemerkt. We hadden ons namelijk teruggetrokken in de smalle dwarsslootjes, waar niemand ons meer heeft kunnen vinden… 

 

 

© 2007 Chris van Rijswijk

Image

Reageren op deze BirdTalk? Mail me!

===================================================================================

 

 

Lifeblad
Twee maanden lang kijk ik er met veel verlangen naar uit. Dan komt ie op de eerste zaterdag na die tweede maand. Soms de vrijdag ervoor: een fijne verrassing. Meestal is hij een week later: een teleurstelling. Als hij er dan is, lees ik hem van achteren naar voren. Het allerbelangrijkst vind ik de plaatjes, die bestudeer ik uitvoerig. Sommige foto’s benaderen de status van uitnemendheid. Een plaatje van mijn hand in DB is altijd een eer en stemt mij verheugd. Vroeger waren alle plaatjes nieuw en zag je ze voor het eerst. Tegenwoordig heb je ze (bijna) allemaal al gezien op het o zo snelle internet, tot grote ergernis van Rene.

De artikelen lees ik nooit, tenzij het een heel kort artikel is. Zo zal ik nooit een determinatiegoeroe worden, maar een fotograaf neem je dat niet kwalijk. Artikelen over grote meeuwen vullen vaak het gehele blad. Deze artikelen lees ik natuurlijk al helemaal NIET, net als de meeste (of alle?) lezers.

De makers van DB ga ik de volgende suggesties meegeven:
• STOP met artikelen over grote meeuwen!
• Schrijf bij de fotobijschriften iets over het kleed van de vogel, of een andere interessante opmerking. Ik zie dat in Birding World en dat lees ik dan weer wel!
• Verander ‘Varia’ naar leuke Europese soorten zoals Woudaap, Sneeuwuil, Nachtzwaluw, enz. in plaats van exotische soorten die ik nooit zal ontmoeten.
• De foto’s van de vogels op de Azoren mogen er van mij uit (in ruil voor Hollandse beauty’s), die vogels zitten daar nu eenmaal met dozijnen tegelijk.
• Plaats eens een artikel over de herkenning van Witstuitbarmsijzen en graag een artikel over de herkenning van grote valken. Wij, Hollandse vogelaars, kunnen deze vogels simpelweg niet herkennen.
• De mystery bird is voor mij veel te moeilijk. Op een enkele keer na, zit ik er altijd naast. De enkele keer dat ik hem goed heb, heb ik de foto zelf gemaakt.
• Maak het blad wat persoonlijker door een boeiend interview met een prominent of een spannende vogelaar (dit idee pik ik van Sovon Nieuws, Guus is gestopt).
• Als bij een foto per abuis een onjuiste fotograaf is vermeld, herplaats dan de foto (desnoods op postzegelformaat) bij de rectificatie. Op de huidige wijze heeft het corrigendum geen zin, zelfs ik lees het niet.

Als het nu lijkt dat ik ontevreden ben over ons aller DB, dan heb je me niet goed begrepen. Het is niet voor niets mijn lifeblad!

Hulde aan de makers, die er zonder ook maar 1 eurocent aan te verdienen veel tijd in stoppen. Vele avonden gaan er in zitten om vervolgens als dank kritiek te ontvangen (van de stuurlui in het veld, uh ik bedoel op het pad!). Ga er maar eens aan staan om zes keer per jaar zo’n mooi en inspirerend blad te maken en dat jaar in jaar uit.

Makers: vergeet mijn suggesties. Laat het blad zoals het is, inclusief de grote meeuwen. Hulde aan de makers! Ga zo door! Nog jaren…

 

 

© 2007 Chris van Rijswijk

Reageren op deze BirdTalk? Mail me!

===================================================================================

 

 

Zeg me wie je helden zijn en ik zeg je wie jij bent
Ook vogelaars hebben hun helden. Wat te denken van die stoere mannen die van februari tot ver in juni dag in dag uit op Breskens staan te tellen en hopen op die ene rariteit. Of die vogelaars die door weer en wind helemaal naar Ameland gaan om daar naar ver op zee vliegende zeldzaamheden te kijken. Een ander zal in de aanvoerder van ‘de lijst met de meeste soorten in Nederland’ zijn held herkennen. Weer een ander kijkt op tegen die fanatieke jaarlijster of die meeuwengoeroe die zich er zelfs aan waagt om een heuse Heuglins Meeuw te determineren. Gelukkig heb ik geen helden, dus ik hoef me hier op internet niet in mijn hart te laten kijken.

Ik heb overigens wel een heldin. Ik kom haar tegen op een natte Zeeuwse kleiakker zoekend naar een groepje Morinellen in zomerkleed. Wachtend op een Woudaap bij het Korenmolengat die zich niet vertoont, is zij de laatste die ik zie vertrekken. Ze zoekt fanatiek mee op de Maasvlakte als één van mijn broers een waarschijnlijke Roodster Blauwborst heeft gemeld. Elk jaar is ze ‘member of the big day ladiesteam’ tijdens de DBA Texelweek.

Als een beginnend vogelaar bij de Kwak van Woerden vertrekt zonder zijn broodnodige sandalen, is zij degene die er persoonlijk voor zorgt dat deze arme student zijn open-air Nikes weer terugkrijgt. Haar leeftijdgenoten zitten al jaren achter de geraniums, terwijl zij zojuist haar pieper heeft ingewisseld voor de meest moderne mobiele telefoon om de RBA-berichten met instelbare filters te kunnen ontvangen.

Cor, ik heb respect hoe jij op jouw leeftijd nog zo fanatiek naar vogels kijkt. Ik hoop je nog vaak bij heel veel mooie soorten tegen te komen. Wellicht scoren we ooit nog samen een Roodkeelnachtegaal op de Maasvlakte…      

 

 

© 2007 Chris van Rijswijk 

Reageren op deze BirdTalk? Mail me!

===================================================================================

 

 

Waarom de Groene Reiger aanvaard moet worden
Op een koude regenachtige winteravond, nu ongeveer een jaar geleden, had ik het bedacht: als hij dit voorjaar terugkomt, ga ik het hem allemaal gewoon zelf vragen. 

Toen het moment eindelijk daar was, op de eerste dag van juni en we in de o zo mooie tuin van Fendi oog in oog stonden, vroeg ik het hem. Een lichte trilling in mijn stem kon ik niet onderdrukken. “Waar kom je vandaan? Ben je een Noord Amerikaan? Ben je een echte Groene Reiger? Vertel me het geheim van je verenkleed: waarom klopt dat toch niet helemaal?”.

Geërgerd keek hij op. Met een donkere blik in zijn ogen produceerde hij een rauwe kreet en vloog weg.

Zijn wraak was zoet. Door zo openlijk aan zijn identiteit te twijfelen vertoonde hij zich dit jaar niet meer. Geen enkele serieuze vogelaar kreeg de Groene Amsterdammer nog fatsoenlijk te zien. Waren mijn vragen te direct? Had ik dit allemaal op mijn geweten? Blijkbaar wel.

Eén ding is zeker: ik zou hem ondanks alles zeker aanvaarden. Het plusje krijgt hij van mij alleen al omdat hij zo mooi is. Op deze donkere winteravond kan ik maar één ding doen: hopen dat hij in 2008 Fendi's tuin weer aan zal doen...

 

 

© 2007 Chris van Rijswijk

Image

Reageren op deze BirdTalk? Mail me!

===================================================================================

 

 

Spotless Starling
Dear all,

Last weekend I saw the pictures of the Dutch Spotless Starling on the internet. I'am pretty sure the Dutch bird is a Spotless Starling from the subspeci orani.

For this moment we are preparing a paper about the discription of this new subspeci. We discovered this new subspeci of Spotless Starling (called orani) last year. This new subspeci is found in the northwest-area of Morocco.

The orani-birds are migrationbirds in Autumn (to the southwest) and Spring. The orani-birds have also in winter a yellow bill and always a lot of spots on all parts of its feathers, like the Dutch bird.

I have a lot of pictures of this subspeci, but for this moment I have no possibility to send the pictures of this orani-birds, because I do a lot of fieldwork now. Later more…

Chears, Omar Ben Alliht, former inhabitant of Katwijk

 

 

© 2007 Chris van Rijswijk

Image

Reageren op deze BirdTalk? Mail me!

===================================================================================

 

 

Een nieuwe soort voor Nederland 
Eindelijk was het dan zo ver, ik ontdekte een echte zeldzaamheid. Zelfs een nieuwe soort voor Nederland! Moest ik het tot nu toe doen met een Draaihals, Reuzenstern en een na veel moeite aanvaarde Witstuitbarmsijs, nu had ik dan eindelijk een echte! Als fotograaf moet ik het natuurlijk niet hebben van mijn vondsten. Nee, mijn kwaliteit is meer die van een door een ander gevonden zeldzaamheid zo goed mogelijk op de gevoelige plaat te zetten. Maar nu hoorde ik voor goed bij de grote jongens. Iedereen zou in het vervolg met groot respect over me spreken. Immers, iemand die een goede of nieuwe soort voor Nederland vindt krijgt eeuwige roem.

De locatie vond ik oké, de oprit van de Stuifdijk, een betere locatie voor een echte dwaalgast is er niet. De tijd van het jaar (hartje winter) was ook niet fout, beter kan volgens mij niet. Verder was hij (een hij, overduidelijk een adulte man) zoals de Engelsen zo mooi zeggen ‘unringed and fully winged’. De semafooncode samengesteld en doorgepiept.

Veel belangstelling kreeg mijn ontdekking verrassend genoeg niet. De code 999 (zeldzame vogel niet op de lijst) vond ik gepast. Vele anderen blijkbaar niet. Vrienden heb ik niet gemaakt. Zelf was ik van mening dat als Buffelkopeend, Marmereend en natuurlijk ook de Kuifzaagbek met een hamerslag op de Nederlandse lijst komen en het CDNA de omgekeerde bewijslast hanteert, mijn vogel het zeker zou moeten halen. Niet dus.

Ach, fotograferen is uiteindelijk veel leuker dan soorten ontdekken. En daarnaast zijn Draaihals, Reuzenstern en Witstuitbarmsijs best leuke soorten en wie weet wat ik ooit nog eens ga ontdekken…

 

 

© 2006 Chris van Rijswijk

Image

Reageren op deze BirdTalk? Mail me!

===================================================================================

 

Laatst toegevoegd

Showcase BirdPics

Valmedia Webdesign