De jeugdige twitch van een drop-out

In juni 1990 spijbelde ik als vijftienjarige een middag van de middelbare school en reisde alleenlijk per openbaar vervoer naar Nieuwkoop. Mijn nichtjes en neefjes die nu die leeftijd hebben gaan nog niet eens zonder begeleiding naar de hoek van de straat. Nee, geen sprake van! Maar goed, het is immers een andere tijd: IS en zo...

Aangekomen in zonnig Nieuwkoop sloot ik me aan bij een aantal fanatieke twitchers en per gehuurde roeiboot scoorden we de daar gesignaleerde ralreiger. Toen nog een echte zeldzaamheid in Nederland (nu nog overigens, maar toen helemaal). Nice! Hij liet zich mooi bekijken op van die geinige waterlelies.

Na afloop bestelden we chocolademelk met appelgebak en slagroom. Wat ik nu nog weet, is dat de veel oudere vogelaars aan mij vroegen wat mijn 'schaamsoort' was. 'Een rosse franjepoot' was mijn antwoord. Die ontbrak namelijk nog op mijn prille lifelist. Ja, dat vonden ze wel iets om me voor te schamen. Als ze dat hadden geweten hadden ze me nooit laten meevaren, vermoed ik. Of hadden me halverwege, net als Jona, over boord gekieperd. Die fanatieke gasten zagen blijkbaar over het hoofd dat ik een pikkie van 15 jaar was. Raar volk die twitchers.

Of ik mijn ouders van tevoren had ingelicht over deze vroege twitch waag ik te betwijfelen. Wat ik wel weet, is dat ik de conciërge van school had verteld over mijn spijbelactie. Bij hem had ik die ochtend namelijk mijn verrekijker en mijn vaders telescoop en statief in bewaring gegeven. Ik denk dat hij mijn actie wel kon waarderen en mij daarom niet verlinkte aan mijn klassenmentor. Gave gast die conciërge. Niet iedereen in het onderwijs is per definitie fout moet je weten.

Datzelfde schooljaar bleef ik, mede door deze spijbelactie, voor het tweede jaar op rij in de derde klas van de mavo zitten en ik moest daarom verplicht de school verlaten. Een drop-out noemen we dat vandaag. Toen moest je gewoon opsodemieteren en het zelf maar uitzoeken. Mijn oudere broer overkwam het schooljaar daarvoor hetzelfde. Nee, hoogvliegers kun je mijn generatie 'Van Rijswijkers' niet noemen (de voorgaande generaties ook niet trouwens).

Terugkijkend had mijn falen op school drie oorzaken. Allereerst was ik dermate aan het puberen dat de werkelijkheid een beetje aan mij voorbij ging. Ten tweede waren mijn ogen zo slecht dat ik niet kon lezen wat mijn docent op het bord schreef. Ik was te ijdel voor een bril en vond het niet stoer om voorin de klas te gaan zitten (wat weer met dat puberen te maken had). Die ralreiger zal trouwens wel heel dichtbij hebben gezeten, anders had ik hem nooit gezien. Ten derde, en niet de minste oorzaak, had het 'vogels kijken' al dermate veel impact op mij dat voor het naar school gaan eigenlijk geen tijd en aandacht was. Dat kon ik er gewoon niet bij hebben, weet je wel.

Dat ik jaren later via werken, leerlingstelsel en mbo-opleiding uiteindelijk toch nog een hbo-diploma heb gehaald mag als een wonder worden beschouwd.

Aan een serieuze lifelist doe ik inmiddels al jaren niet meer, maar met die rosse franjepoot is het wel goedgekomen: ik schat een dozijn waarnemingen in eigen land en ik heb er minimaal twee zelf gevonden.

En dat alleen op pad gaan naar die verdwaalde ralreiger in mijn jonge jaren is wellicht wel de basis geweest voor mijn huidige manier van reizen. Zo zie je maar... is die lastige jeugd toch nog ergens goed voor geweest.

Teacher, leave those kids alone...


Ralreiger, 2007.