Zodra het mei is fiets ik met een andere 'vibe' door het Rottemerengebied. Waarom dat? Simpel, ik wil een spotvogel fotograferen.

Tot op heden heb ik nog geen puike foto getrokken van deze geelgroene zanger. Of ik tref een spottert die hoog in het groen blijft, een exemplaar dat stilvalt zodra ik ten tonele verschijn of niet daar gaat zitten waar ik wil dat hij gaat zitten. Bespottelijk!
De spotvogel overwintert diep in Afrika en is in ons kikkerlandje weer present als mei op de kalender staat.
Sta ik mei 2026 een hoempende roerdomp op te wachten, meen ik zo’n gifgroen snoepje te horen spotten. Eerst imiteert meneertje een kievit, een boerenzwaluw, een goudvis, een fitis, steeds afgewisseld met een kenmerkend refreintje met pittige uithalen.
Omdat die roerdomp het vertikt om ‘acte de présence’ te geven, heb ik alle tijd om mijn spotvogel in de gaten te houden. Te monitoren. Monitoren zeg ik je! Na een tijdje valt me iets op. Deze spotvogel heeft een paar vaste zangposten waar hij geregeld terugkomt. Eén van die posten is verdraaid gunstig om een foto te maken, namelijk in een frisgroene wilg. Omdat die onderaan een helling staat, heb ik er van bovenaf mooi zicht op. Jammie!
De volgende ochtend ga ik met een ochtendzonnetje een poging wagen. Blijkt dat behoorlijk te lukken! 
Als er in de middag een wolkendek overtrekt, ben ik weer van de partij. Dat levert compleet andere foto’s op.


De ochtend erna zet ik nog vroeger de wekker, ga precies aan de andere kant staan, en neem ik de spottert te grazen met tegenlicht. Hoppa!

Nou, als alle foto’s gemaakt zijn, zaag ik, al spottend, de wilg om. De spotvogel is een rode-lijst-soort en dat wat schaars is moet bespottelijk schaars blijven!
What’s next?